In de volkskrant van 26 juni staat een berichtje met als titel “Helpende hand voor onderwijs”. Het gaat in op een nieuwe leerstoel “Evidence based onderwijs” bij de Universiteit Maastricht. Doel van deze leerstoel is om van onderwijsvernieuwingen wetenschappelijk vast te stellen of ze wel of niet helpen. Op zich een zeer te waarderen idee. Maar toch bekruipt mij bij het lezen van zo’n artikel een ongemakkelijk gevoel. En dat komt vooral door de laatste zin in het artikel. Dat de resultaten beschikbaar worden gesteld aan de beleidsmakers en de praktijk.
Wat zal er allemaal gaan gebeuren met die resultaten als ze beschikbaar zijn gesteld aan de beleidsmakers? Ik vrees dat er dan weer regels komen, die deze wetenschappelijke resultaten dwingend opleggen. Want wat moeten beleidsmakers anders? En hoe zit het met de relatie tussen de wetenschappers en “de praktijk”? Dat kan natuurlijk heel goed gaan, als de wetenschappers gewoon hun werk doen, goed kijken wat er in de praktijk gebeurt, maar de keuzes verder bij de praktijk laten liggen. Maar het kan ook heel erg fout gaan. En wel dat er weer allerlei, volgens de onderzoekers nuttige en belangrijke, methoden en technieken voor de praktijk worden verzonnen en dat er vooral over de praktijk wordt gesproken.
Begrijp mij goed: ik ben niet tegen wetenschappelijk onderzoek (ik ben zelf ook gepromoveerd), maar ben vooral bezorgd over hoe de wetenschappelijke resultaten worden toegepast in de praktijk. Een wetenschappelijk onderzoek zal altijd per definitie een omgeving moeten creeëren, die anders is dan de praktijk (de laboratorium-omgeving). Puur omdat er anders veel te veel variabelen zijn en er helemaal geen gefundeerde uitspraken kunnen worden gedaan. Verder zal, om wetenschappelijk relevante resultaten te kunnen krijgen, het onderzoek op een behoorlijk grote schaal moeten plaatsvinden (je hebt gewoon veel meetwaarden nodig om statistisch verantwoorde uitspraken te kunnen doen). In het algemeen zal dan gelden dat deze onderzoeken dus behoorlijk wat tijd zullen vergen. In die tijd gaat de innovatie door. Het zou mij niet verbazen dat specifieke onderzochte onderwijsvernieuwingen op het moment van presentatie van het onderzoek al achterhaald blijken te zijn. Als dan de beleidsmakers op basis van deze laboratorium-experimenten regelgeving gaan voorschrijven, is de rampspoed en de verstarring in het onderwijs weer compleet.
Ik pleit ervoor dat onze wetenschappers gewoon hun onderzoek doen, hun resultaten presenteren en dan aan de praktijk, de leraren en leerlingen, zelf overlaten of en hoe ze die resultaten gaan inzetten in hun eigen, veel weerbarstigere, onderwijsomgeving.
